Verzoekster diende op 21 juni 2021 een verzoek tot herbeoordeling van arbeidsongeschiktheid in bij het UWV. Na het uitblijven van een tijdige beslissing stelde verzoekster het UWV in gebreke en stelde zij beroep in tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar. Vervolgens nam het UWV alsnog een besluit op 22 april 2022, waarna verzoekster het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank constateert dat het UWV niet tijdig heeft beslist en dat verzoekster hierdoor proceskosten heeft gemaakt. De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 379,50 aan proceskosten. Tevens stelt de rechtbank de dwangsom vast op het maximale bedrag van € 1.442,- omdat de wettelijke termijn van 42 dagen voor het nemen van een besluit is overschreden.
Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het UWV het door verzoekster betaalde griffierecht van € 365,- moet vergoeden. Het beroep wordt verklaard gegrond en de rechtbank beëindigt de procedure met deze uitspraak.