Eisers hebben beroep ingesteld tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht omdat verweerder niet tijdig een besluit had genomen op hun bezwaar tegen een eerder besluit van 28 oktober 2021.
De rechtbank constateert dat verweerder niet binnen de wettelijke termijn van zes weken na de uitspraak van 27 december 2021 heeft beslist en dat eisers verweerder op 5 mei 2022 in gebreke hebben gesteld. Verweerder heeft vervolgens geen besluit genomen en ook geen dwangsom vastgesteld.
De rechtbank stelt de dwangsom zelf vast op €1.442,- voor de periode van 27 december 2021 tot 7 februari 2022 en bepaalt dat verweerder binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Voor elke dag dat verweerder daarna nog in gebreke blijft, geldt een dwangsom van €100,- met een maximum van €15.000,-.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van het griffierecht van €184,- en een proceskostenvergoeding van €379,50 aan eisers. Het beroep wordt kennelijk gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd.