ECLI:NL:RBMNE:2022:2723

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
23 februari 2022
Publicatiedatum
12 juli 2022
Zaaknummer
UTR 21/4369
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken besluit en bewijs van vertegenwoordiging

Eiseres heeft op 2 november 2021 beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De rechtbank heeft het beroepschrift beoordeeld en vastgesteld dat niet is voldaan aan de wettelijke vereisten, met name het ontbreken van een kopie van het bestreden besluit zoals voorgeschreven in artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

De rechtbank heeft eiseres op 13 december 2021 aangetekend verzocht binnen vier weken alsnog een kopie van het besluit te overleggen, maar hierop is geen reactie ontvangen. Daarnaast is ook gevraagd om een kopie van de statuten en een uittreksel uit het handelsregister ter vaststelling van de bevoegdheid van de indiener, maar ook hierop is niet gereageerd.

Gezien het ontbreken van deze essentiële stukken kan de rechtbank het beroep niet inhoudelijk behandelen en verklaart zij het beroep niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter S.C.A. van Kuijeren op 23 februari 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een kopie van het besluit en bewijs van vertegenwoordiging.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/4369

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 februari 2022 in de zaak tussen

[eiseres] , te [vestigingsplaats] , eiseres,

en

de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend op 2 november 2021.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet een kopie van het besluit indienen waar zij het niet mee eens is. Dit staat in artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als dat niet gebeurt is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het besluit niet is ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
3. De rechtbank heeft eiseres op 13 december 2021 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiseres binnen vier weken een kopie moet opsturen van het besluit waar zij het niet mee eens is. Eiseres heeft niet gereageerd op deze brief. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro).
4. De rechtbank heeft verder ook gevraagd bij aangetekende brief van 13 december 2021 om binnen vier werken een kopie van de statuten en een uittreksel uit het handelsregister op te sturen. Eiseres heeft niet gereageerd op deze brief. De rechtbank kan hierdoor niet opmaken of de indiener van het beroepschrift gerechtigd is om eiseres te vertegenwoordigen. Ook daarom is het beroep niet-ontvankelijk.
5. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.
6. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, rechter, in aanwezigheid van
K.F.K. Hoogbruin, griffier. De beslissing is uitgesproken op 23 februari 2022 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.