ECLI:NL:RBMNE:2022:2725

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
1 maart 2022
Publicatiedatum
12 juli 2022
Zaaknummer
UTR 19/3001-V
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 6:7 AwbArt. 6:8 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens ontbreken beroepsgronden ongegrond verklaard

Opposant heeft op 2 augustus 2019 beroep ingesteld, maar de rechtbank verklaarde dit beroep op 13 oktober 2020 niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van beroepsgronden, een kopie van het besluit en een machtiging. Opposant ging hiertegen in verzet, dat op 1 maart 2022 werd behandeld.

De rechtbank stelde vast dat het verzetschrift te laat was ontvangen, maar gaf opposant het voordeel van de twijfel dat het tijdig was verzonden, waardoor het verzet ontvankelijk werd verklaard. Vervolgens onderzocht de rechtbank of de gevraagde stukken alsnog waren ingediend.

Uit het dossier bleek dat slechts twee van de vier gefaxte pagina’s aanwezig waren en dat de ontbrekende pagina’s blanco waren, waardoor geen beroepsgronden en kopie van het besluit waren ingediend. Dit leidde tot de conclusie dat het verzet ongegrond is en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring in stand blijft.

Er is geen proceskostenvergoeding toegekend en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het verzet is ontvankelijk maar ongegrond, waardoor de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep blijft staan.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 19/3001-V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 maart 2022 op het verzet van

[opposant] , te [woonplaats] , opposant(e),

(gemachtigde: mr. H.M. van Vliet),

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat opposant(e) heeft ingediend op 2 augustus 2019.
In de uitspraak van 13 oktober 2020 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Opposant(e) is tegen deze uitspraak in verzet gegaan.
De zitting heeft plaatsgevonden op 10 februari 2022. Opposant(e) is verschenen bij gemachtigde.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de uitspraak van 13 oktober 2020 het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen gronden, geen kopie van het besluit en geen machtiging zijn ingediend. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Is het verzet ontvankelijk?
2. Een verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken nadat de uitspraak van de rechtbank is verzonden. Dit staat in artikel 8:55 van Pro de Awb in combinatie met artikel 6:7 en Pro artikel 6:8 van Pro de Awb. In dit geval is de uitspraak van 13 oktober 2020 verzonden op
19 oktober 2020. Het verzetschrift had dus uiterlijk op 30 november 2020 ingediend moeten zijn. De rechtbank heeft het verzetschrift ontvangen op 3 december 2020. De achterkant van het verzetschrift is gestempeld met een poststempel op de datum 1 december 2020. Dat is te laat. De hoofdregel is dan dat de rechtbank het verzet niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het verzetschrift te laat door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar opposant(e) niets aan kan doen.
3. Ter zitting heeft opposant(e) aangevoerd dat het verzetschrift niet te laat is ingediend omdat het op 30 november 2020 om 19.50 uur op de post is gedaan. Opposant(e) heeft hiervan getuigenbewijs aangeboden.
4. De rechtbank zal opposant(e) het voordeel van de twijfel gunnen en er van uit gaan dat het verzetschrift tijdig is ingediend. Het verzet is daarom ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank geen bewijsopdracht zal geven.
Is het verzet gegrond?
5. Het beroep is in de uitspraak van 13 oktober 2020 niet-ontvankelijk verklaard omdat opposant(e) geen beroepsgronden, geen kopie van het besluit en geen machtiging had ingediend. Deze stukken waren bij aangetekende brief van 27 december 2019 opgevraagd.
6. Opposant(e) heeft aangevoerd dat de gronden, een kopie van het besluit en een geldige machtiging op 24 januari 2020 om 23:45 uur door de gemachtigde aan de rechtbank zijn gefaxt. De fax bestond uit vier pagina’s.
7. Onder de processtukken bevindt zich een fax van de gemachtigde die op 24 januari 2020 om 23.45 uur is verzonden en die blijkens de faxbevestiging bestond uit vier pagina’s. Op de dag dat het verzet ter zitting werd behandeld, bevonden zich slechts twee pagina’s van de fax in het dossier: het voorblad en een machtiging. Na afloop van de zitting heeft de griffier van de rechtbank nader onderzoek verricht naar de twee ontbrekende pagina’s. Deze twee pagina’s zijn teruggevonden, maar bleken blanco te zijn. Dit leidt de rechtbank tot de slotsom dat opposant(e) geen beroepsgronden en geen kopie van het besluit heeft ingediend.
8. Dit betekent dat het verzet ongegrond is. De vraag of de bij de fax van 24 januari 2020 gevoegde machtiging geldig is, behoeft geen bespreking meer. De uitspraak van de rechtbank van 13 oktober 2020 blijft in stand.
9. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Nicholson, rechter, in aanwezigheid van
K.F.K. Hoogbruin, griffier. De beslissing is uitgesproken op 1 maart 2022 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.