ECLI:NL:RBMNE:2022:2725
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens ontbreken beroepsgronden ongegrond verklaard
Opposant heeft op 2 augustus 2019 beroep ingesteld, maar de rechtbank verklaarde dit beroep op 13 oktober 2020 niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van beroepsgronden, een kopie van het besluit en een machtiging. Opposant ging hiertegen in verzet, dat op 1 maart 2022 werd behandeld.
De rechtbank stelde vast dat het verzetschrift te laat was ontvangen, maar gaf opposant het voordeel van de twijfel dat het tijdig was verzonden, waardoor het verzet ontvankelijk werd verklaard. Vervolgens onderzocht de rechtbank of de gevraagde stukken alsnog waren ingediend.
Uit het dossier bleek dat slechts twee van de vier gefaxte pagina’s aanwezig waren en dat de ontbrekende pagina’s blanco waren, waardoor geen beroepsgronden en kopie van het besluit waren ingediend. Dit leidde tot de conclusie dat het verzet ongegrond is en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring in stand blijft.
Er is geen proceskostenvergoeding toegekend en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzet is ontvankelijk maar ongegrond, waardoor de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep blijft staan.