ECLI:NL:RBMNE:2022:274
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens niet betalen griffierecht
Verzoekster heeft op 15 december 2021 een verzoek tot voorlopige voorziening ingediend met betrekking tot een geschil over de beëindiging van een huurovereenkomst gekoppeld aan een WVG-overeenkomst. De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb.
De griffier heeft verzoekster meerdere malen verzocht het griffierecht te betalen binnen een gestelde termijn. Dit is niet tijdig gebeurd, ondanks dat verzoekster de griffierechtnota heeft ontvangen en geen geldige reden voor het verzuim heeft gegeven. Een verzoek om vrijstelling van betaling is eerder afgewezen.
Omdat het griffierecht niet is voldaan en geen verontschuldiging is gegeven, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. De inhoudelijke beoordeling van het verzoek komt daardoor niet aan de orde. Tevens wijst de voorzieningenrechter het verzoek af om de zaak door te sturen naar de Hoge Raad, omdat hiervoor geen wettelijke grondslag bestaat.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.