ECLI:NL:RBMNE:2022:2765
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling mate arbeidsongeschiktheid WIA-uitkering
Eiseres was het niet eens met de vaststelling van haar arbeidsongeschiktheid door het UWV, dat haar op 17 juli 2020 voor 45,30% arbeidsongeschikt had verklaard. Na een bezwaarprocedure handhaafde het UWV deze beoordeling. Eiseres stelde beroep in bij de rechtbank Midden-Nederland.
De rechtbank beoordeelde of het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid correct had vastgesteld, waarbij het medisch onderzoek van verzekeringsartsen centraal stond. De verzekeringsarts had rekening gehouden met vermoeidheidsklachten, slaapproblematiek en cognitieve beperkingen, en had een urenbeperking van zes uur per dag en dertig uur per week vastgesteld. Eiseres kon geen medische informatie overleggen die de beoordeling onderbouwde of weerlegde.
Verder wees de rechtbank het verzoek van eiseres af om een onafhankelijke deskundige te benoemen, omdat het UWV zijn conclusies voldoende had gemotiveerd en er geen twijfel bestond over de juistheid van de medische beoordeling. Ook de arbeidskundige beoordeling werd als voldoende gemotiveerd beoordeeld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid door het UWV bleef staan en eiseres geen recht had op terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de vaststelling van 45,30% arbeidsongeschiktheid door het UWV.