ECLI:NL:RBMNE:2022:2766
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens toekenning IVA-uitkering
Verzoekster ontving in september 2020 een besluit van het UWV dat zij vanaf augustus 2019 geen recht had op een WIA-uitkering. Hiertegen maakte zij bezwaar, dat in april 2021 ongegrond werd verklaard. Verzoekster stelde beroep in bij de rechtbank, die de zaak op 29 november 2021 behandelde.
Naar aanleiding van een gewijzigd besluit van het UWV in oktober 2021 werd het bezwaar alsnog gegrond verklaard en werd verzoekster per 25 april 2019 een IVA-uitkering toegekend. Hierdoor trok verzoekster haar beroep in en verzocht zij om proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelde dat het UWV aan het beroep was tegemoetgekomen en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten ad € 2.600,-. Tevens wees de rechtbank erop dat het griffierecht van € 49,- door het UWV moet worden vergoed. De uitspraak werd gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van € 2.600,- aan proceskosten aan verzoekster.