ECLI:NL:RBMNE:2022:2775
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na herziening besluit tegemoetkoming NOW-1
Verzoekster ontving een definitieve berekening van de tegemoetkoming NOW-1 voor de eerste aanvraagperiode in maart, april en mei 2020, vastgesteld op €17.212,-. Verweerder berekende dat verzoekster €23.972,- te veel had ontvangen en dit bedrag moest terugbetalen. Verzoekster maakte bezwaar tegen deze terugvordering, maar dit bezwaar werd bij besluit van 20 december 2021 ongegrond verklaard.
Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit. Tijdens de procedure herzag verweerder het besluit op 25 mei 2022 en verklaarde het bezwaar gegrond, waarbij de definitieve tegemoetkoming werd vastgesteld op €39.341,-. Naar aanleiding hiervan trok verzoekster haar beroep in en verzocht de rechtbank om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aan het beroep tegemoet was gekomen en wees het verzoek om proceskostenveroordeling toe. De proceskosten werden vastgesteld op €759,-, gebaseerd op de kosten van rechtsbijstand. Tevens wees de rechtbank erop dat verweerder verplicht is het betaalde griffierecht van €365,- te vergoeden aan verzoekster.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster van €759,- na herziening van het besluit NOW-1.