Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 juli 2022 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
SwifterwinT op Land B.V.(vergunninghouder)
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker, woonachtig in de gemeente Dronten, heeft een voorlopige voorziening gevraagd om de bouw van 61 windturbines in het kader van het rijksinpassingsplan Windplan Blauw stil te leggen. Het college van burgemeester en wethouders van Dronten heeft eerder geweigerd de omgevingsvergunningen in te trekken, wat het bestreden besluit vormt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vergunningen onherroepelijk zijn en dat het verzoek om een bouwstop een zeer ver strekkende maatregel is die alleen kan worden toegewezen als er zwaarwegende belangen van verzoeker zijn. Verzoeker stelt dat de bouw nadelige gevolgen heeft voor zijn gezondheid en woonomgeving, mede op basis van RIVM-rapporten over geluidshinder. Het college en vergunninghouder benadrukken het belang van de energietransitie en de reeds verleende subsidies.
De voorzieningenrechter concludeert dat de belangen van vergunninghouder en het college zwaarder wegen dan die van verzoeker. Er is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de bouw nu stilgelegd moet worden, mede omdat verzoeker geen hinder ondervindt en de windturbines op aanzienlijke afstand worden gebouwd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De bouw mag doorgaan, maar voor eigen risico zolang procedures lopen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de bouw van windturbines wordt afgewezen, waardoor de bouw mag doorgaan.