Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Inleiding
- wikkelaar (nieuw en revisie) (SBC-code 267053),
- monteur printplaten (SBC-code 267051),
Met het besluit van 10 november 2020 (het bestreden besluit I) heeft het Uwv het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
- verweerschrift d.d. 13 januari 2021;
- aanvullend beroepschrift d.d. 29 januari 2021;
- aanvullend beroepschrift d.d. 3 augustus 2021 (met bijlagen) (in beide zaken);
- aanvullend verweerschrift d.d. 9 augustus 2021 (met rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 6 augustus 2021) (in beide zaken);
- een aanvullend beroepschrift van 27 december 2021 (met bijlagen) (in beide zaken);
- een aanvullend verweerschrift van 11 januari 2022 (met rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 7 januari 2022) (in beide zaken).
Met het besluit van 22 december 2020 (het bestreden besluit II) heeft het Uwv het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep is geregistreerd onder zaaknummer UTR 21/552. Het Uwv heeft een verweerschrift d.d. 24 maart 2021 ingediend. Verder zijn de stukken ingediend voor zover dat is vermeld onder 1.1.4.
[C] , is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
3.Beoordeling door de rechtbank
Overigens merkt de rechtbank op dat in de FML is vermeld dat eiser ongeveer één uur achtereenvolgens kan zitten. De primaire verzekeringsarts heeft hiertoe geconcludeerd op basis van eigen onderzoek. Dat eiser tijdens het spreekuur bij de primaire verzekeringsarts zelf heeft aangegeven dat hij 15-20 minuten (dan wel 30 minuten) achtereenvolgens kan zitten en dat dit als eigen verklaring van eiser is opgenomen in het rapport van de primaire verzekeringsarts, maakt niet dat dat rapport niet concludent is.
“Heeft nog wel een stekende pijn direct boven de testis rechts. Dit past bij het beeld van chronische pijn na liesbreukchirurgie waarbij de meest voorkomende oorzaken neuralgie en/of matgerelateerde klachten zijn. Ernstige pijn treedt bij 2% van alle geopereerde patiënten op. In deze groep zit bovengenoemde patiënt.”De verzekeringsarts bezwaar en beroep ziet in deze brief geen aanleiding om meer en/of verdergaande beperkingen aan te nemen dan in de FML van 12 november 2019 zijn opgenomen.