Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
geboren op [1984] te [geboorteplaats] ,
vertrokken onbekend waarheen.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
feit 4)
feit 5)
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
medeplegendat hem onder feit 3 primair en feit 5 primair ten laste is gelegd. Op basis van het procesdossier kan niet worden bewezen dat verdachte deze feiten samen met een of meer anderen heeft gepleegd.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BESLAG
10.BENADEELDE PARTIJ
11.VORDERING TENUITVOERLEGGING
12.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
13.BESLISSING
gevangenisstrafvan 2
maanden;
- wijst de vordering van [benadeelde 1] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 35,38;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 juni 2020 tot de dag van volledige betaling;
- wijst de vordering van [benadeelde 1] voor wat betreft het meer gevorderde af;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 1] aan de Staat € 35,38 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 juni 2020 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [aangever 4] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 38,27;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [aangever 4] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 juni 2020 tot de dag van volledige betaling;
- wijst de vordering van [aangever 4] voor wat betreft het meer gevorderde af;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [aangever 4] aan de Staat € 38,27 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 juni 2020 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [benadeelde 2] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 33,90;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 mei 2020 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [benadeelde 2] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 2] aan de Staat € 33,90 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 mei 2020 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;