Eiser heeft tweemaal beroep ingesteld tegen dezelfde beslissing op bezwaar van het UWV van 2 juni 2020. Het eerste beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht, en het verzet hiertegen werd ongegrond verklaard. Vervolgens diende eiser opnieuw beroep in, maar dit werd te laat ontvangen, namelijk op 28 september 2021, terwijl de wettelijke termijn zes weken bedraagt.
De rechtbank heeft eiser de gelegenheid gegeven om een toelichting te geven op de te late indiening. Eiser gaf aan dat de termijnoverschrijding te wijten was aan onenigheid over het griffierecht in de eerdere procedure. De rechtbank oordeelde dat dit geen geldige reden is om het beroep alsnog in behandeling te nemen.
Tijdens de zitting van 9 februari 2022, die via MS Teams plaatsvond, was eiser niet aanwezig. De rechtbank heeft het beroep daarom niet-ontvankelijk verklaard en gewezen op het niet terugstorten van het griffierecht conform het Procesreglement bestuursrecht rechtbank 2021.