Eiseres heeft een verzoek om herbeoordeling ingediend bij het UWV, dat niet binnen de wettelijke beslistermijn van acht weken heeft beslist. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat de ingebrekestelling door eiseres tijdig is gedaan.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen vier weken na deze uitspraak moet beslissen en legt een dwangsom op van €100,- per dag met een maximum van €15.000,- voor de termijnoverschrijding. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot betaling van het griffierecht en een proceskostenvergoeding van €379,50 aan eiseres.
De rechtbank wijst het verzoek van verweerder af om vanwege capaciteitsproblemen af te zien van de dwangsom, maar houdt rekening met de omstandigheden door de beslistermijn te verlengen tot vier weken na uitspraak. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd.