ECLI:NL:RBMNE:2022:2910
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep werkgever tegen Ziektewet-uitkeringsbesluit ex-werkneemster
De zaak betreft een beroep van een werkgever tegen besluiten van het UWV over de eerste ziektedag en de beëindiging van de Ziektewet-uitkering van een ex-werkneemster. Het primaire besluit stelde de eerste ziektedag vast op 4 februari 2019, later gecorrigeerd naar 23 januari 2020. De werkgever betwistte deze datum en stelde dat de uitkering ten onrechte werd beëindigd.
De rechtbank beoordeelde eerst of de werkgever als belanghebbende en met voldoende procesbelang kon worden aangemerkt. Hoewel de werkgever categoraal belanghebbende is, ontbrak het aan een feitelijk procesbelang omdat de werkgever geen eigenrisicodrager is voor de Ziektewet en pas bij een WIA-uitkering financiële gevolgen ondervindt.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit eveneens niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang. De rechtbank wees het verzoek om een volledige proceskostenvergoeding af en kende een forfaitaire vergoeding toe van €2.438,50 plus het griffierecht van €360,-, te betalen door het UWV.
Uitkomst: Het beroep van de werkgever wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang en het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht.