Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
thans gedetineerd in de PI te Lelystad.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF MAATREGEL
Deze straf valt lager uit dan de vordering van de officier van justitie. De rechtbank hecht in dit geval zwaar aan de wens van het slachtoffer, de moeder van verdachte, om hem mild te straffen. In dit specifieke geval, waarbij alle feiten zich in de beslotenheid van de woning hebben afgespeeld tussen moeder en zoon, acht de rechtbank ‘het afgeven van een signaal’ aan de maatschappij minder zwaarwegend.
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
een gevangenisstraf van 25 maanden;
15 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzijde rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
proeftijd van 3 (drie) jarenvast;
bijzondere voorwaardendat verdachte gedurende de proeftijd:
- wijst de vordering van [slachtoffer] ter zake van materiële schade toe tot een bedrag van € 425,-;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 november 2021 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 425,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 november 2021 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 8 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.