Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een Wajonguitkering, welke door het UWV is afgewezen op grond van het oordeel dat zij arbeidsvermogen heeft. Na een bezwaarprocedure waarin dit besluit werd gehandhaafd, is beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld of het UWV voldoende rekening heeft gehouden met de medische situatie van eiseres, waaronder ernstige vermoeidheidsklachten en diagnoses zoals Hashimoto, POTS en CVS/ME. Hoewel eiseres stelde dat haar beperkingen onderschat zijn en zij niet vier uur per dag belastbaar is, concludeert de rechtbank dat de verzekeringsartsen de klachten adequaat hebben meegewogen.
De rechtbank oordeelt dat het beoordelingsmoment in december 2020 representatief is en dat de verslechtering van klachten daarna niet tot een andere beoordeling kan leiden. De medische expertise van de verzekeringsartsen wordt gerespecteerd en het UWV heeft terecht geoordeeld dat eiseres arbeidsvermogen heeft.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het griffierecht wordt niet teruggegeven en er is geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter E.M. van der Linde op 22 juli 2022.