De zaak betreft een geschil over aansprakelijkheid en schadevergoeding na het vrijkomen van asbest tijdens de sloop van een keuken in een huurwoning. De huurders vorderen schadevergoeding van de verhuurder Mitros, de aannemer en de onderaannemer die de sloop uitvoerde.
De rechtbank stelt vast dat de enkele aanwezigheid van asbesthoudende platen achter een tegelwand geen gebrek vormt dat het normaal gebruik van de woning aantast. Het vrijkomen van asbest tijdens de sloop is wel een gebrek, maar dit kan Mitros niet worden toegerekend omdat zij voldoende maatregelen heeft genomen en een visuele inspectie geen asbest kon detecteren.
De aannemer wordt niet aansprakelijk gehouden wegens het ontbreken van een verplichting tot asbestinventarisatie. De onderaannemer heeft echter onrechtmatig gehandeld door niet tijdig te stoppen met de werkzaamheden toen asbesthoudende platen zichtbaar werden en door het puin te verplaatsen, waardoor asbest zich verspreidde.
De aannemer is aansprakelijk als opdrachtgever van de onderaannemer, maar de verhuurder niet, omdat de sloopwerkzaamheden niet tot haar bedrijfsvoering behoren. De rechtbank kent immateriële schadevergoeding toe wegens vrees voor gezondheidsschade en materiële schadevergoeding voor gederfde inkomsten van de huurder. Tevens worden wettelijke rente, incassokosten en proceskosten toegewezen.