Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN MAATREGEL
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
- veroordeelt [verdachte] tot een
- bepaalt dat de tijd, door [verdachte] vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;
- veroordeelt [verdachte] tot de
- bepaalt dat deze maatregel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat [verdachte] de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;
- als
- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;
bijzonderevoorwaarden gelden dat [verdachte] :
- meewerkt aan de maatregel Toezicht & Begeleiding, waarvan de eerste zes maanden ITB Harde Kern en zich houdt aan alle aanwijzingen die door SAVE worden gegeven,;
- meewerkt aan elektronische monitoring (GPS-variant);
- op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [medeverdachte 1] (geboren op [2003] ), [medeverdachte 2] (geboren op [2002] ) en [slachtoffer] (geboren op [2001] ), zolang het Openbaar Ministerie dit noodzakelijk acht en waarbij in overleg met het Openbaar Ministerie een uitzondering kan worden gemaakt indien contact plaatsvindt in het kader van herstelbemiddeling,
- zich niet bevindt in Amersfoort, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt en [verdachte] meewerkt aan elektronische monitoring op dit locatieverbod (een afbeelding van het verboden gebied is als bijlage 2 aan dit vonnis gehecht);
- meewerkt aan het verkrijgen en behouden van een zinvolle dagbesteding in de vorm van (vrijwilligers)werk en/of onderwijs;
- meewerkt aan ambulante behandeling bij De Waag of een soortgelijke instelling, ook als dit inhoudt TopZorg;
- inzicht geeft in haar middelengebruik en meewerkt aan een behandeling hiervoor, indien dit door SAVE noodzakelijk wordt geacht, ook als dit inhoudt urinecontroles;
- meewerkt aan het vinden van en verblijven in een passende woonvoorziening (begeleid/beschermd wonen) indien SAVE dit noodzakelijk acht;
- meewerkt aan nadere diagnostiek en ambulante behandeling die daaruit voortvloeit, indien SAVE dit noodzakelijk acht en daarbij de aanwijzingen van SAVE opvolgt;
- SAVE inlicht van welke social media [verdachte] gebruikmaakt en SAVE inzicht geeft in haar sociale contacten, waaronder ook begrepen contacten en gesprekken die ze heeft via social media;
- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 3.400,-;
- veroordeelt [verdachte] hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2022 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, [verdachte] (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt [verdachte] ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt [verdachte] de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 3.400,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2022 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling niet aan te vullen met gijzeling;
- bepaalt dat [verdachte] van haar verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als zij en/of (een van) haar mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;