ECLI:NL:RBMNE:2022:2985
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting bedrijfspand wegens voorbereidingshandelingen op hennepteelt
De zaak betreft het verzoek van een ondernemer om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de burgemeester van de gemeente Houten om zijn bedrijfspand voor drie maanden te sluiten. Dit besluit is genomen op grond van artikel 13b, eerste lid onder b, in samenhang met artikel 11a van de Opiumwet, nadat tijdens een integrale controle op 12 mei 2022 diverse attributen werden aangetroffen die bestemd waren voor grootschalige hennepteelt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het spoedeisend belang aanwezig is en dat de burgemeester terecht heeft geconcludeerd dat de goederen in het pand bestemd waren voor bedrijfsmatige hennepteelt. De ondernemer was als gebruiker en eigenaar van het pand verantwoordelijk en kon de aanwezigheid van de goederen niet ontkennen. De bestuursrechtelijke beoordeling wijkt af van het strafrechtelijke kader.
Verder is vastgesteld dat de situatie ernstig is, met ten minste vier indicatoren die duiden op een professionele hennepteelt. De belangen van de openbare orde en het voorkomen van herhaling wegen zwaarder dan het belang van de ondernemer bij het openhouden van het pand. De duur van drie maanden sluiting wordt niet als onevenredig beschouwd, mede gezien de afwezigheid van antecedenten en de aard van het pand als opslag.
De voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen en de sluiting mag doorgaan. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van het bedrijfspand wordt afgewezen.