Eiseres heeft op 22 januari 2021 een verzoek tot herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag ingediend bij de Belastingdienst. Volgens de wet moest de Belastingdienst binnen zes maanden, met een mogelijke verlenging van zes maanden, beslissen. Deze termijn is overschreden, ondanks een verlenging tot uiterlijk 22 januari 2022.
Eiseres heeft de Belastingdienst op 20 maart 2022 in gebreke gesteld, waarna de rechtbank constateert dat sindsdien meer dan twee weken zijn verstreken zonder besluit. De rechtbank stelt vast dat de Belastingdienst een dwangsom moet betalen voor de periode van 7 april tot 19 mei 2022, een bedrag van €1.442.
De rechtbank beveelt de Belastingdienst binnen dertien weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat de termijn daarna wordt overschreden, met een maximum van €15.000. Daarnaast moet de Belastingdienst het griffierecht en proceskosten van €379,50 aan eiseres vergoeden.
De rechtbank oordeelt dat de vertraging deels te wijten is aan de grote hoeveelheid herbeoordelingen die zorgvuldig moeten worden behandeld. De zaak is opgepakt door een persoonlijk zaakbehandelaar die contact zal opnemen met eiseres voor verdere besluitvorming. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 13 juni 2022.