6.4[adres 3] is op 18 december 2019 verkocht voor € 440.000,-. Deze verkoop heeft dus nagenoeg op de waardepeildatum plaatsgevonden, zodat er vanuit kan worden gegaan dat de waarde van die woning op 1 januari 2020 € 440.000,- bedroeg. Daarbij wordt de waarde per m2 van deze woning, zonder indexering, € 2.364,- per m2. [adres 4] is op 8 september 2019 verkocht voor € 550.000,-. [adres 5] is verkocht op 24 augustus 2019 voor € 540.000,-. De woningen zijn weliswaar niet binnen drie maanden voor waardepeildatum verkocht, maar de prijs per m2, zonder indexering, van [adres 4] is € 1.951,- en van [adres 5] is de prijs € 2.842,- per m2. Eisers woning is gewaardeerd op € 556.000,-, met een waarde per m2 van € 2.360,-. De gemiddelde prijs per m2 van de drie hierboven genoemde verkopen is € 2.385,-, en ligt daarmee boven de prijs per m2 van de woning van eiser. Hiermee heeft verweerder aannemelijk gemaakt dat de waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld. De rechtbank laat de verkoopcijfers [adres 2] en [adres 6] buiten beschouwing, omdat deze na de waardpeildatum zijn verkocht.
7. Wat eiser in beroep aanvoert, brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel.
8. Eiser heeft de beroepsgrond, dat verweerder geen inzicht heeft gegeven in de correctiepercentages van de KOUDV-factoren, op de zitting ingetrokken. Deze beroepsgrond hoeft dan ook niet te worden besproken.
9. Eiser voert aan dat verweerder de onjuiste oppervlaktematen van de door verweerder gekozen referentiewoningen heeft gehanteerd. Op de zitting heeft verweerder toegelicht dat het hier gaat om een dynamisch systeem dat niet altijd accuraat is. Verweerder stelt verder dat de oppervlakten zijn nagemeten aan de hand van de beschikbare bouwtekeningen. Zo komt het voor dat een inpandige kelder wordt meegerekend in het grondoppervlak, waardoor er verschillen lijken te zijn. De rechtbank kan verweerder volgen in zijn standpunt.
10. Verder voert eiser aan dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met de ligging naast een drukke doorgaande weg met veel vrachtverkeer. De rechtbank volgt eiser niet. De gekozen referentiewoningen liggen allemaal in dezelfde straat als de woning van eiser. Hiermee is volgens de rechtbank voldoende rekening gehouden met de ligging. De beroepsgrond slaagt niet.
Voorzieningen en staat van onderhoud
11. Tot slot stelt eiser dat er onvoldoende rekening is gehouden met de matige staat van onderhoud en gedateerde voorzieningen. Verweerder heeft de staat van onderhoud gewaardeerd op ‘matig’ en de voorzieningen op ‘eenvoudig/verouderd’. De rechtbank kan de matrix van verweerder volgen. De waarderingen op de matrix onderbouwen voldoende de staat van de woning. Bovendien gelden voor de woningen [adres 3] en [adres 4] dezelfde waarderingen. De beroepsgrond slaagt niet.
12. De rechtbank is van oordeel dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.