ECLI:NL:RBMNE:2022:3009
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning ondanks betwisting indexering en referentiewoningen
In deze bestuursrechtelijke zaak betwist eiser de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in een plaats, vastgesteld op €286.000 per 1 januari 2020. Eiser stelt een lagere waarde van €270.000 voor en voert onder meer aan dat de gehanteerde indexeringspercentages niet inzichtelijk zijn gemaakt en dat het dakkapel niet correct is meegerekend.
Verweerder heeft een taxatiematrix overgelegd waarin de woning wordt vergeleken met vier referentiewoningen. Hoewel de rechtbank constateert dat de onderliggende verkoopcijfers van de indexeringspercentages niet controleerbaar zijn en verweerder onvoldoende inzicht heeft gegeven in de waardering, concludeert zij dat de verstrekte informatie voldoende is om aan te nemen dat de vastgestelde waarde niet te hoog is.
De rechtbank weegt onder meer dat drie van de referentiewoningen recentelijk rond de waardepeildatum zijn verkocht, en dat de gemiddelde prijs per vierkante meter van deze woningen hoger ligt dan die van de woning van eiser. Daarnaast wordt het bezwaar over het dakkapel verworpen omdat verweerder heeft toegelicht dat dit inmiddels bij het grondoppervlak is meegerekend.
Een door eiser aangevoerde beroepsgrond over het tweemaal noemen van dezelfde referentiewoning wordt buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €286.000 wordt ongegrond verklaard.