ECLI:NL:RBMNE:2022:3013
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning ongegrond verklaard wegens voldoende onderbouwing
Eiser ontving een WOZ-aanslag voor zijn woning met een waarde vastgesteld op €339.000 per 1 januari 2020. Hij betwistte deze waarde en stelde een lagere waarde van €305.000 voor. Verweerder, de heffingsambtenaar, handhaafde de waarde en onderbouwde deze met een taxatiematrix waarin de woning werd vergeleken met drie referentiewoningen in dezelfde straat.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de waarde aannemelijk had gemaakt, mede doordat de referentiewoningen voldoende vergelijkbaar waren en recent rond de waardepeildatum waren verkocht. Diverse beroepsgronden van eiser, waaronder het gebrek aan inzichtelijkheid van het indexeringspercentage en de waardering van objectonderdelen, werden afgewezen wegens strijd met de goede procesorde of onvoldoende onderbouwing.
Ook de staat van onderhoud en voorzieningen van de woning, aangevoerd door eiser, konden de rechtbank niet overtuigen van een lagere waarde. De door eiser aangedragen referentiewoningen werden door verweerder gemotiveerd als minder geschikt beoordeeld. De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard.