ECLI:NL:RBMNE:2022:3016
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning ongegrond wegens voldoende onderbouwing en strijd goede procesorde
Eiser ontving een WOZ-aanslag voor zijn woning met een waarde vastgesteld op €633.000 per 1 januari 2020. Hij betwistte deze waarde en stelde een lagere waarde van €573.000 voor. Verweerder handhaafde de waarde en onderbouwde dit met een taxatiematrix waarin de woning werd vergeleken met vier referentiewoningen in de buurt.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. De referentiewoningen waren vergelijkbaar en de waardeverhouding was inzichtelijk gemaakt. Eiser voerde procedurele bezwaren aan tegen de indexeringspercentages, maar deze werden deels afgewezen wegens strijd met de goede procesorde.
Inhoudelijk oordeelde de rechtbank dat de bolletjesgrafiek onvoldoende inzicht gaf in de onderliggende verkopen, maar dat dit niet tot twijfel over de juistheid van de WOZ-waarde leidde. De door eiser aangedragen referentiewoningen waren minder vergelijkbaar. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard.