De huurder [gedaagde sub 1] huurt sinds 2017 een woning van [eiser], die tevens in dezelfde straat woont en een groentewinkel heeft. De huur werd regelmatig te laat betaald en er was sprake van overlast. Na een incident op 8 juni 2021, waarbij de huurder de verhuurder bedreigde in diens winkel, legde het Openbaar Ministerie een contact- en winkelverbod op aan de huurder.
De verhuurder zegde de huurovereenkomst op en vorderde ontbinding en ontruiming van de woning, alsmede betaling van achterstallige huur. De huurder en zijn bewindvoerder betwistten de vordering en stelden dat de huur sinds het bewind op tijd werd betaald en dat er geen overlast was.
De kantonrechter oordeelde dat de bedreigingen een ernstige tekortkoming vormen die niet ongedaan kan worden gemaakt en dat de verstoorde verhouding de ontbinding rechtvaardigt. De persoonlijke omstandigheden van de huurder wogen niet op tegen het woonbelang van de verhuurder, die ook in de straat woont en werkt.
De ontbinding werd toegewezen met een ontruimingstermijn van veertien dagen na betekening. De gevorderde huurachterstand werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing, maar de huurder moet de huur blijven betalen tot de daadwerkelijke ontruiming. De bewindvoerder werd veroordeeld tot ontruiming en betaling van huur en proceskosten.