Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
criminal charge’in de zin van het Europese Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM).
Engel, Özturken met name
Lutz. [1] In deze zaken heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM) drie criteria gegeven aan de hand waarvan kan worden vastgesteld of overheidsoptreden een ‘
criminal charge’oplevert, namelijk;
criminal charge’in de zin van het EVRM.
criminal charge’. Verdachte is in kennis gesteld van het feit dat hij geen middelen als bedoeld in artikel 2 en Pro 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, voorhanden mag hebben. In 2018 is verdachte eerder veroordeeld voor een soortgelijk feit. Het gaat hier om een geëffectueerde dwangsom. Het is in die zin een soort voorwaardelijke straf, die door het plegen van dit feit, ten uitvoer wordt gelegd. Het betreft daarom ook niet één en hetzelfde feit. Het Openbaar Ministerie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte.
beginsel.
criminal charge’ en of daardoor het beginsel van ne bis in idem in het geding kan zijn.
the offence”); en/of
criminal charge’.
Engel-rechtspraak het argument dat met deze last onder dwangsom nieuwe stijl overtredingen worden gesanctioneerd, waarbij de strafrechtelijke route niet meer (of in mindere mate) wordt gevolgd, omdat deze niet erg effectief bleek. Als voorbeeld wordt onder andere drugshandel op straat genoemd, die niet met een bestuurlijke boete bestraft zou mogen worden, vanwege hun link met het strafrecht. In een zaak als deze kan echter, zo begrijpt de politierechter, mogelijkerwijs gezien de aard en omvang van de sanctie toch sprake zijn van leedtoevoeging en afschrikking, zodat leedtoevoeging een doel is van de keuze voor deze sanctie. Als de hoogte van de sanctie wordt vergeleken met een strafrechtelijke boete die opgelegd zou kunnen worden voor het bezig van 11,12 g cocaïne, blijkt de dwangsom bovendien aanzienlijk hoger uit te pakken dan een strafrechtelijke reactie (als dat in de vorm van een geldboete zou worden gewaardeerd) en daardoor eveneens een financieel punitief karakter te hebben.
criminal charge’, zoals hierboven beschreven, zodat een strijd ontstaat met het beginsel van ne bis in idem bij strafrechtelijke vervolging voor hetzelfde feitencomplex als waarvoor de last onder dwangsom was opgelegd.
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT/DE FEITEN
Aangifte doen dat een strafbaar feit gepleegd is, wetende dat het niet gepleegd is
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.VORDERING TENUITVOERLEGGING
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
13.BESLISSING
taakstraf voor de duur van 60 uren;