ECLI:NL:RBMNE:2022:3081
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiser heeft beroep ingesteld omdat de Belastingdienst/Toeslagen niet binnen de wettelijke termijn had beslist op zijn aanvraag tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag van 28 december 2020. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn van zes maanden, met een mogelijke verlenging van zes maanden, is overschreden. Eiser heeft verweerder op 24 februari 2022 ingebreke gesteld waarna het beroep is ingesteld.
Verweerder heeft om een termijn van dertien weken verzocht vanwege de complexiteit en het grote aantal herbeoordelingen in het kader van de kinderopvangtoeslagenaffaire. De rechtbank erkent de bijzondere omstandigheden en stelt op grond van artikel 8:55d Awb een termijn van twaalf weken vast waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, uiterlijk 10 oktober 2022.
De rechtbank legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 bij overschrijding van deze termijn. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van eiser. Het beroep wordt kennelijk gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twaalf weken een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.