ECLI:NL:RBMNE:2022:3084
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de Belastingdienst op haar aanvraag tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag, ingediend op 14 april 2021. De Belastingdienst had uiterlijk op 14 april 2022 moeten beslissen, inclusief een mogelijke verlenging van zes maanden, maar heeft dit niet gedaan. Eiseres stelde de Belastingdienst op 14 april 2022 in gebreke en startte vervolgens het beroep.
De rechtbank overweegt dat de Belastingdienst vanwege de complexiteit en het grote aantal herbeoordelingen in het kader van de kinderopvangtoeslagenaffaire een langere beslistermijn nodig heeft dan de standaardtermijn van twee weken. De rechtbank stelt daarom een termijn van twaalf weken vast waarbinnen de Belastingdienst alsnog een besluit moet nemen, uiterlijk 15 september 2022, met een verlenging voor de periode waarin eiseres haar zienswijze indient.
Verder legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat de Belastingdienst de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000, en stelt de reeds verschuldigde dwangsom van €1.442,- vast. Daarnaast wordt de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van eiseres. Het beroep wordt kennelijk gegrond verklaard en het niet tijdig beslissen vernietigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op binnen twaalf weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom.