Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
medeplegen van witwassen
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
fraudedelictenmet een benadelingsbedrag van € 10.000,- tot € 70.000,- uit van een gevangenisstraf van 2 tot 5 maanden.
9.BENADEELDE PARTIJ
feit 1ten laste gelegde.
feit 2ten laste gelegde. Zij vordert een bedrag van € 53.278 aan materiële schade.
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
- verklaart het onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;
5 maanden;
- wijst de vordering van [benadeelde] t.a.v. feit 1
- wijst de vordering voor wat betreft het deel van € 6.980,- af;
- verklaart de benadeelde partij voor wat betreft het meer gevorderde (
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [benadeelde] aan de Staat
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [benadeelde] t.a.v. feit 2
- veroordeelt verdachte
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [benadeelde] aan de Staat € 53.278,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 december 2017 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 295 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.