Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[procesdeelnemer I] ,
[procesdeelnemer II],
1.De procedure
2.De beoordeling in het incident
In de hoofdzaak
3.De beslissing
21 september 2022voor conclusie van antwoord.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele zaak vordert [procesdeelnemer I] c.s. schadevergoeding en terugbetaling wegens fouten bij de bouwbegeleiding door architectenbureau [procesdeelnemer III]. Zij stellen dat [procesdeelnemer III] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de overeenkomst.
[procesdeelnemer III] verzoekt in een incident om de curator in het faillissement van [onderneming] B.V. in vrijwaring op te roepen. Hij stelt dat indien hij aansprakelijk wordt gehouden, hij regres kan nemen op [onderneming] wegens (mede)aansprakelijkheid op grond van artikelen 6:10 jo 6:102 BW.
De rechtbank overweegt dat de oproeping in vrijwaring toewijsbaar is indien concreet en onderbouwd wordt gesteld dat een rechtsverhouding bestaat waarbij de derde de gevolgen van een veroordeling moet dragen. Dit is hier voldoende gesteld, mede vanwege mogelijke hoofdelijke aansprakelijkheid.
De rechtbank wijst de vordering toe en bepaalt dat de curator door [procesdeelnemer III] kan worden gedagvaard. De proceskosten in het incident worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De hoofdzaak wordt voortgezet met een nieuwe rolzitting op 21 september 2022.
Uitkomst: De rechtbank wijst de oproeping van de curator in vrijwaring toe en compenseert de proceskosten in het incident.