ECLI:NL:RBMNE:2022:3136
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking bouwvergunning bedrijfsruimte wegens niet-gebruik en gewijzigde planologische situatie
In 1975 verleende het college een bouwvergunning voor een bedrijfswoning en bedrijfsruimte. De woning is gebouwd, de bedrijfsruimte niet. Na een bestemmingsplanwijziging rond 2003 kreeg de woning een woonbestemming en de omliggende grond een agrarische bestemming zonder bouwmogelijkheden.
Eiser wilde in 2020 alsnog de bedrijfsruimte bouwen voor opslag van landbouwmachines en materialen. Het college trok de vergunning in 2021 in wegens niet-gebruik van meer dan 26 weken en onwenselijkheid door de gewijzigde planologische situatie. Eiser maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij beroep instelde.
De rechtbank oordeelde dat de bedrijfsruimte een zelfstandige eenheid is en dat het college bevoegd was de vergunning in te trekken omdat eiser niet aannemelijk maakte dat bouwactiviteiten waren gestart. De gewijzigde woonbestemming staat het beoogde gebruik niet toe, en het college mocht dit zwaar meewegen. Het beroep is ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bouwvergunning voor de bedrijfsruimte wordt ongegrond verklaard.