ECLI:NL:RBMNE:2022:3139
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning ongegrond verklaard
Eiser betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, gelegen aan een adres in een plaats, voor het belastingjaar 2021. Verweerder heeft de waarde vastgesteld op €1.235.000,- en deze waarde als heffingsmaatstaf gebruikt voor de aanslag onroerendezaakbelasting. Na een ongegrond verklaard bezwaar heeft eiser beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft vastgesteld dat verweerder de waarde heeft bepaald met behulp van een vergelijkingsmethode met referentieobjecten, waarbij rekening is gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte, perceeloppervlakte en bouwperiode. De taxatiematrix en toelichting maken aannemelijk dat de waarde niet te hoog is vastgesteld.
Eiser voerde meerdere beroepsgronden aan, waaronder het ontbreken van de grondstaffel, onvoldoende inzicht in KOUDV-factoren en indexering, onvoldoende rekening houden met achterstallig onderhoud, ondoelmatige perceelsvorm en ligging, en het niet meenemen van een referentieobject met lagere waarde. Deze gronden zijn door de rechtbank onderzocht en verworpen. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende heeft onderbouwd en dat eiser zijn stellingen onvoldoende heeft gemotiveerd.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €1.235.000,- wordt ongegrond verklaard.