Eiseres was sinds 1 maart 2019 werkloos en ontving een werkloosheidsuitkering. Vanaf 14 augustus 2019 kreeg zij een Ziektewet-uitkering wegens burnout. Het UWV beëindigde haar ZW-uitkering per 18 oktober 2020 omdat zij meer dan 65% van haar oude loon kon verdienen, gebaseerd op medische en arbeidskundige rapporten.
Eiseres voerde aan dat zij vanwege preventieve en energetische redenen slechts 20 uur per week kon werken, onderbouwd met een rapport van Calder Werkt. De rechtbank oordeelde dat dit rapport onvoldoende objectieve medische onderbouwing bood. De rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep waren zorgvuldig, begrijpelijk en zonder tegenstrijdigheden.
Verder stelde eiseres dat zij bepaalde functies niet kon verrichten vanwege overgevoeligheid voor huisstof en een disharmonisch intelligentieprofiel. De arbeidsdeskundige en verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerden echter dat de belastbaarheid van eiseres binnen de geduide functies paste en dat het intelligentieprofiel geen beperkingen rechtvaardigde.
De rechtbank concludeerde dat het UWV de ZW-uitkering terecht heeft beëindigd per 18 oktober 2020 en verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Het beroep tegen het eerdere besluit werd niet-ontvankelijk verklaard. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.