ECLI:NL:RBMNE:2022:3169

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 juli 2022
Publicatiedatum
8 augustus 2022
Zaaknummer
UTR 21/3133
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring beroep wegens niet betalen griffierecht en ontbreken documenten

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen waarin haar aanvraag voor een WW-uitkering werd afgewezen wegens het niet of te laat melden van onwerkbaar weer. De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat eiseres het griffierecht van €360,- niet tijdig heeft betaald, ondanks een aanmaning per aangetekende brief.

Daarnaast heeft eiseres niet voldaan aan aanvullende verzoeken van de rechtbank om gronden van beroep, een machtiging, een uittreksel uit het handelsregister en een kopie van de statuten te overleggen. Door het ontbreken van deze documenten kon de rechtbank het beroep niet inhoudelijk behandelen.

De rechtbank heeft geen zitting gehouden en heeft het beroep zonder inhoudelijke beoordeling afgewezen. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend. Eiseres is geïnformeerd over de mogelijkheid om binnen zes weken een verzetschrift in te dienen.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht en ontbreken van gevraagde documenten.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
Zaaknummer: UTR 21/3133

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juli 2022 in de zaak tussen

[eiseres] , te [vestigingsplaats] , eiseres,

(beweerlijk gemachtigde: A.D. Steenhart)
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend op 21 juli 2021 tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 2 juli 2021. In deze beslissing staat dat er geen recht is op een WW-uitkering vanwege onwerkbaar weer omdat er geen/te laat melding is gedaan met betrekking tot [A] .

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres heeft namelijk het griffierecht niet (op tijd) betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 360,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiseres op 27 februari 2022 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiseres het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet (op tijd) ontvangen. Eiseres heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
6. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro).
7. De rechtbank stelt vast dat eiseres ook geen gronden, machtiging, uittreksel uit het handelsregister en geen kopie van de statuten heeft ingediend, terwijl de rechtbank hier wel om heeft gevraagd bij aangetekende brief van 21 februari 2022. Ook om die reden is het beroep niet-ontvankelijk.
8. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.
9. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is uitgesproken op 15 juli 2022 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.