AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken beroepsgronden en documenten WW-uitkering
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen waarin werd vastgesteld dat zij geen recht heeft op een WW-uitkering vanwege onwerkbaar weer en het niet of te laat melden van een gebeurtenis.
De rechtbank heeft het beroep niet inhoudelijk behandeld omdat het beroepschrift niet voldeed aan de wettelijke eisen. Eiseres heeft geen beroepsgronden aangevoerd, terwijl dit verplicht is volgens artikel 6:5 vanPro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Tevens heeft zij niet gereageerd op een aangetekende brief waarin zij werd verzocht binnen vier weken alsnog de gronden te overleggen.
Daarnaast heeft eiseres nagelaten om een machtiging, een uittreksel van de Kamer van Koophandel en een kopie van de statuten te overleggen, ondanks dat de rechtbank hier ook om had verzocht. Hierdoor is het beroep ook om deze reden niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank heeft geen proceskosten toegewezen en heeft het beroep formeel niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:54 AwbPro. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen op 15 juli 2022.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en gevraagde documenten.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/3135
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juli 2022 in de zaak tussen
[eiseres] , te [vestigingsplaats] , eiseres,
(beweerlijk gemachtigde: A.D. Steenhart)
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend op 21 juli 2021 tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 2 juli 2021. In deze beslissing staat dat er geen recht is op een WW-uitkering vanwege onwerkbaar weer omdat er geen/te laat melding is gedaan met betrekking tot [A] .
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet zeggen waarom hij het niet eens is met het besluit en dit ook uitleggen. Dat worden ‘beroepsgronden’ genoemd. Dit staat in artikel 6:5 vanPro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als dat niet gebeurt is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom er geen beroepsgronden zijn genoemd. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
3. De rechtbank heeft eiseres op 21 februari 2022 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat hij binnen vier weken moet aangeven waarom hij het niet eens is met het besluit. In deze brief staat dat als eiseres niet aan dit verzoek voldoet, de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren.
4. Eiseres heeft niet (op tijd) gereageerd op deze brief. Dat betekent dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is (artikel 8:54, van de Awb).
5. De rechtbank stelt vast dat eiseres ook geen machtiging, uittreksel van de Kamer van Koophandel en kopie van de statuten heeft ingediend, terwijl de rechtbank daar ook in de aangetekende brief van 21 februari 2022 om heeft gevraagd. Ook om deze reden is het beroep niet-ontvankelijk.
6. Het beroep zal dus niet inhoudelijk worden behandeld.
7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier .De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2022.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.