Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 juli 2022 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 juli 2022.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) omdat het bestuursorgaan niet tijdig heeft beslist op zijn bezwaar tegen een eerdere beslissing van 1 oktober 2021.
De rechtbank stelt vast dat het UWV inderdaad te laat is met het nemen van een beslissing en dat eiser het bestuursorgaan correct in gebreke heeft gesteld. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het beroep gegrond.
De rechtbank stelt de dwangsom vast op €1.442,- voor de periode van overschrijding tot aan de uitspraak en legt een dwangsom van €100,- per dag op voor eventuele verdere overschrijding, met een maximum van €15.000,-. Tevens wordt het UWV opgedragen binnen vier weken na verzending van het vonnis alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank het UWV tot betaling van proceskosten van €379,50 en tot vergoeding van het griffierecht aan eiser. De uitspraak is gedaan door rechter S.C.A. van Kuijeren op 26 juli 2022.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het UWV wordt opgedragen binnen vier weken alsnog een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.