Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
Is [gedaagde] gehouden de facturen van 23 maart 2019 en 7 juni 2019 te betalen?
436,00(2 punten x tarief € 218,00)
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een vordering van [eiseres] B.V. tegen [gedaagde] voor betaling van twee facturen voor magneetdozen en express verzenddozen die aan [gedaagde] zijn geleverd. [gedaagde] betaalde niet volledig en voerde aan dat de dozen gebrekkig waren, waardoor hij niet tot volledige betaling gehouden zou zijn.
De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] geen rechtsgevolg aan zijn verweer van wanprestatie heeft verbonden, zoals verrekening of ontbinding, waardoor het verweer niet leidt tot vermindering van de betalingsverplichting. Bovendien is onvoldoende onderbouwd dat de dozen daadwerkelijk gebrekkig waren; gevraagde bewijsstukken zoals foto’s en een verzendbewijs zijn niet geleverd.
Ook is geen ingebrekestelling gedaan, wat vereist is voor verzuim en ontbinding. De kantonrechter veroordeelt [gedaagde] tot betaling van het openstaande bedrag van € 2.583,92, vermeerderd met contractuele rente en buitengerechtelijke incassokosten, en tot betaling van proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 2.583,92, contractuele rente en proceskosten.