ECLI:NL:RBMNE:2022:3219
Rechtbank Midden-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek terugbetaling lening inburgeringsplicht
Eiseres is sinds 2014 inburgeringsplichtig en had tot 2017 de tijd om te voldoen. De Minister stelde in 2018 vast dat zij niet op tijd was ingeburgerd, waardoor zij een boete moest betalen en de lening niet werd kwijtgescholden. Eiseres verzocht in 2021 om herziening van dit besluit, maar dit verzoek werd afgewezen. De rechtbank behandelde het beroep op 2 augustus 2022 en verklaarde het ongegrond.
De rechtbank constateerde een motiveringsgebrek in het bestreden besluit omdat de Minister niet op de door eiseres aangevoerde omstandigheden was ingegaan. Dit gebrek werd echter gepasseerd op grond van artikel 6:22 Awb Pro, omdat de Minister in het verweerschrift alsnog een motivering gaf. De afwijzing van het herzieningsverzoek werd niet als evident onredelijk beoordeeld.
De rechtbank oordeelde dat de omstandigheden van eiseres, zoals verwarring over de termijn en haar financiële situatie, geen reden zijn om het besluit te herzien. De lening hoeft momenteel niet terugbetaald te worden vanwege haar situatie en zal na tien jaar worden kwijtgescholden. De rechtbank liet zich niet uit over het aparte kwijtscheldingsbesluit van juli 2022. De Minister werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het herzieningsverzoek wordt ongegrond verklaard, met vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.