ECLI:NL:RBMNE:2022:3232
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering urgentie sociale huurwoning wegens zelf veroorzaakte situatie
Eiser huurt sinds 2010 een sociale huurwoning en heeft twee kinderen die sinds 2019 in noodopvang verblijven. Door een besluit van de gemeente Amsterdam moesten de kinderen en hun moeder de noodopvang verlaten, met dreiging van plaatsing in een pleeggezin. Eiser vroeg daarop urgentie aan voor een grotere woning zodat zijn kinderen en hun moeder bij hem konden wonen. Het college van Almere wees deze aanvraag af omdat eiser de situatie zelf zou hebben veroorzaakt door samen te gaan wonen met zijn kinderen en hun moeder.
Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank oordeelt echter dat eiser de situatie niet zelf heeft veroorzaakt of had kunnen voorkomen, omdat de veranderingen voortkomen uit externe beslissingen van de gemeente Amsterdam en niet uit zijn eigen keuze. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt het college op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij de belangen van de kinderen en de woonsituatie meegewogen moeten worden.
Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het college de aanvraag niet mag beperken tot medische gronden, aangezien de urgentie is aangevraagd vanwege de woonsituatie van de kinderen. Het college moet ook de hardheidsclausule adequaat motiveren en rekening houden met de mogelijkheid dat de kinderen anders in een pleeggezin terechtkomen. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en het besluit van het college wordt vernietigd met opdracht tot een nieuwe beoordeling binnen zes weken.