ECLI:NL:RBMNE:2022:3239

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
28 juli 2022
Publicatiedatum
11 augustus 2022
Zaaknummer
UTR 22/2585
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:82 AwbArt. 8:84 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten na intrekking verzoek voorlopige voorziening wegens opschorting besluit

Verzoekster heeft een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen een besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) op een Wob-verzoek. Nadat verweerder de werking van het besluit opschortte totdat op bezwaar zou worden beslist, trok verzoekster haar verzoek om voorlopige voorziening in en vroeg vergoeding van haar proceskosten.

De voorzieningenrechter oordeelde dat op grond van de Awb bij intrekking van een verzoek om voorlopige voorziening, indien geheel of gedeeltelijk aan verzoekers is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan kan worden veroordeeld tot vergoeding van de gemaakte proceskosten. Verweerder had geen bezwaar tegen vergoeding van de kosten.

De proceskosten werden vastgesteld op €759,-, gebaseerd op één punt voor het indienen van het verzoekschrift. Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van €184,-. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van €759 aan proceskosten en €184 aan griffierecht aan verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/2585

uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 juli 2022 in de zaak tussen

[verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. M.J. Smaling),
en

de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Verweerder heeft op 3 juni 2022 een besluit genomen op een verzoek op grond van de Wet openbaarheid bestuur (Wob). Verzoekster is hiertegen in bezwaar gegaan en heeft ook verzocht om een voorlopige voorziening. Bij brief van 28 juni 2022 heeft verweerder medegedeeld dat de werking van het besluit wordt opgeschort totdat op het bezwaar is beslist. Verzoekster heeft naar aanleiding daarvan het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.
3. Op grond van artikel 8:84, vijfde lid, in samenhang met artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter, in geval van intrekking van het verzoek om een voorlopige voorziening omdat geheel of gedeeltelijk aan verzoekers is tegemoetgekomen en indien daar om bij intrekking is verzocht, het bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de kosten die in verband met de behandeling van het verzoek redelijkerwijs dienden te worden gemaakt.
4. Verweerder heeft bij brief van 28 juni 2022 medegedeeld geen bezwaar te hebben tegen het betalen van de door verzoekster gemaakte proceskosten.
5. De voorzieningenrechter stelt de proceskosten van verzoekster die verweerder moet betalen vast op € 759,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 759,- en een wegingsfactor 1).
6. Verweerder moet ook het griffierecht aan verzoeker betalen (artikel 8:82 van Pro de Awb).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 759,- aan proceskosten aan verzoekster;
- bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 184,- aan verzoekster moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mw. Z.E.M. van der Maas, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2022.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.