Verzoekster heeft een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen een besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) op een Wob-verzoek. Nadat verweerder de werking van het besluit opschortte totdat op bezwaar zou worden beslist, trok verzoekster haar verzoek om voorlopige voorziening in en vroeg vergoeding van haar proceskosten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat op grond van de Awb bij intrekking van een verzoek om voorlopige voorziening, indien geheel of gedeeltelijk aan verzoekers is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan kan worden veroordeeld tot vergoeding van de gemaakte proceskosten. Verweerder had geen bezwaar tegen vergoeding van de kosten.
De proceskosten werden vastgesteld op €759,-, gebaseerd op één punt voor het indienen van het verzoekschrift. Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van €184,-. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.