ECLI:NL:RBMNE:2022:3240
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Ongeldigverklaring rijbewijs wegens drugsmisbruik bevestigd door rechtbank
Eiser is op 27 mei 2020 aangehouden wegens rijden onder invloed van lachgas, waarna het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid heeft opgelegd en zijn rijbewijs heeft geschorst. Twee deskundigenrapporten, uitgevoerd in april en september 2021, concludeerden dat sprake is van drugsmisbruik bij eiser. Op basis hiervan verklaarde het CBR het rijbewijs van eiser ongeldig.
Eiser ging in bezwaar tegen deze beslissing, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. Vervolgens stelde eiser beroep in bij de rechtbank Midden-Nederland. Tijdens de zitting op 28 juli 2022 werd het beroep behandeld en direct daarna uitspraak gedaan.
De rechtbank oordeelde dat het CBR de ongeldigverklaring terecht baseerde op de deskundigenrapporten. Deze rapporten waren zorgvuldig opgesteld, met begrijpelijke redeneringen en onderbouwde conclusies. Hoewel het tweede onderzoek een negatieve drugstest bevatte, was er sprake van een onbetrouwbare anamnese en tegenstrijdigheden in de verklaringen van eiser, mede door de positieve cocaïnetest in het eerste onderzoek en de vastgestelde PTSS-behandeling.
De rechtbank vond geen aanwijzingen dat het tweede onderzoek zich uitsluitend op lachgas richtte en concludeerde dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiser niet geschikt is om te rijden. Tevens werd gewezen op een nieuw onderzoek gepland in september 2022, gericht op de recidiefvrije periode. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongeldigverklaring van het rijbewijs wegens drugsmisbruik wordt ongegrond verklaard.