ECLI:NL:RBMNE:2022:3242
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op inzageverzoek persoonsgegevens volgens AVG
Eiser verzocht op 14 mei 2021 om inzage in alle persoonsgegevens die verweerder over hem had, inclusief interne notities en communicatie met derden. Verweerder verstrekte op 10 juni 2021 een dossier met schermafbeeldingen van de verwerkte gegevens, interne notities en e-mails. Eiser maakte bezwaar tegen de volledigheid en leesbaarheid van het dossier en stelde dat hij niet correct was gehoord.
De rechtbank overwoog dat het inzagerecht volgens artikel 15 AVG Pro bedoeld is om de betrokkene inzicht te geven in de verwerking van zijn persoonsgegevens en de rechtmatigheid daarvan te controleren. Verweerder had toegelicht dat alle relevante gegevens waren verstrekt, inclusief communicatie met derden zoals de SVB en zorgverzekeraar. De rechtbank vond geen reden om te twijfelen aan de volledigheid van het dossier, mede omdat eiser geen concrete onderbouwing gaf voor zijn vermoeden van achtergehouden gegevens.
Verder oordeelde de rechtbank dat de AVG geen recht geeft op inzage in alle bestuurlijke documenten en dat de leesbaarheid van de verstrekte documenten voldoende was. Ook was de hoorplicht niet geschonden: eiser had de gelegenheid zijn bezwaren toe te lichten tijdens een hoorzitting, ondanks dat een andere medewerker aanwezig was dan verwacht.
De rechtbank concludeerde dat verweerder volledig aan het verzoek had voldaan en het beroep ongegrond was. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Verweerder bood aan om met eiser in gesprek te gaan.
Deze uitspraak werd gedaan door rechter P.J.M. Mol op 28 juli 2022 te Utrecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het inzageverzoek is ongegrond verklaard.