In deze civiele procedure heeft de kantonrechter Midden-Nederland op 10 augustus 2022 uitspraak gedaan in een zaak tussen Stichting Woonbron en gedaagde, handelend onder een handelsnaam en gevestigd te een plaats. Eerder was gedaagde in de gelegenheid gesteld om een verklaring ex artikel 476a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) te overleggen, maar hij heeft hiervan geen gebruik gemaakt.
De kantonrechter heeft daarop geoordeeld dat gedaagde in gebreke is gebleven en heeft hem veroordeeld tot betaling van het bedrag waarvoor derdenbeslag was gelegd, namelijk € 6.645,96. Daarnaast is gedaagde veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Woonbron, begroot op € 1.267,17, inclusief salaris gemachtigde.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen. De uitspraak is gedaan door kantonrechter J.F. Haeck in aanwezigheid van de griffier en is openbaar uitgesproken.