De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug. De vergunninghouder wil 14 bestaande woningen slopen en vervangen door 22 appartementen, waarvoor vier bomen gekapt moeten worden. Verzoeker, wonende nabij het bouwplan, heeft bezwaar gemaakt tegen het kappen van de bomen en verzocht om schorsing van de vergunning.
De voorzieningenrechter beoordeelt of het college de belangenafweging op juiste wijze heeft gemaakt. Het bouwplan is in overeenstemming met het bestemmingsplan, het Bouwbesluit 2012 en heeft een positief welstandsadvies. Het college heeft erkend dat de bomen natuur-, milieu-, en recreatiewaarden vertegenwoordigen, maar heeft het belang van woningbouw zwaarder laten wegen dan het behoud van de bomen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het college zorgvuldig en redelijk heeft gehandeld bij de belangenafweging en dat geen belangen over het hoofd zijn gezien. Tevens zijn compensatiemaatregelen getroffen, zoals herplant van bomen en een ontheffing voor verstoring van beschermde diersoorten met compenserende maatregelen.
Gezien deze omstandigheden ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om de vergunning te schorsen tijdens de bezwaarprocedure. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt dan ook afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.