ECLI:NL:RBMNE:2022:3305
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij afwijzing VOG-aanvraag
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG), welke door de Minister voor Rechtsbescherming is afgewezen in het primaire besluit van 8 maart 2022. Tegen dit besluit heeft verzoeker bezwaar gemaakt, dat niet-ontvankelijk werd verklaard in het besluit van 20 mei 2022. Vervolgens heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank Midden-Nederland.
Verzoeker heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter om het afwijzende besluit te schorsen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht toegekend op basis van de onderbouwing van verzoekers inkomen.
De voorzieningenrechter heeft zonder zitting uitspraak gedaan en geoordeeld dat het beroep van verzoeker op 29 juni 2022 ongegrond is verklaard. Omdat er geen lopende bezwaar- of beroepsprocedure meer is, is het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M.C. Verra en griffier A.M. Slierendrecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het hoofdberoep ongegrond is verklaard.