ECLI:NL:RBMNE:2022:3336
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning met erfpachtcorrectie
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een woning gelegen aan een adres in een Nederlandse gemeente, vastgesteld op €290.000,- per 1 januari 2020. Eiser betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van €255.000,- voor. Verweerder baseert de vaststelling op de aankoopprijs van de woning in april 2019, vermeerderd met een erfpachtcorrectie en een indexatie van 3,6%.
De rechtbank overweegt dat de aankoopprijs dicht bij de waardepeildatum ligt en dat er geen feiten of omstandigheden zijn die aantonen dat deze prijs niet de waarde in het economisch verkeer weerspiegelt. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het ontbreken van bepaalde stukken zoals de taxatiematrix, maar de rechtbank wijst dit af wegens strijd met de goede procesorde en verwijst naar het blackboxarrest.
Verder is de erfpachtcorrectie van €45.000,- door verweerder verantwoord aan de hand van de akte van levering en de actuele grondwaarde, die aanzienlijk lager is dan de kaveluitgifteprijs in de gemeente. Eiser heeft ook gesteld dat de woning in slechtere staat verkeert, maar de rechtbank vindt dit onvoldoende onderbouwd aan de hand van de overgelegde foto’s.
De rechtbank concludeert dat verweerder de waarde niet te hoog heeft vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €290.000,- wordt ongegrond verklaard.