ECLI:NL:RBMNE:2022:3352
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering tweede parkeervergunning wegens motiveringsgebrek
Eiser diende een aanvraag in voor een tweede parkeervergunning bij de gemeente Weesp, welke door het college werd afgewezen omdat eiser niet voldeed aan de voorwaarden van de Parkeerverordening, met name het bezit van twee auto's op 30 juni 2020. Na bezwaar en een negatief besluit van het college, stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het college de Parkeerverordening terecht als grondslag gebruikte en dat de verzetpunten van eiser tegen de parkeervisie en de verordening buiten het toetsingskader vallen. Wel constateert de rechtbank dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de persoonlijke situatie van eiser geen aanleiding geeft tot toepassing van de hardheidsclausule, waardoor sprake is van een motiveringsgebrek.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit om die reden, maar laat de rechtsgevolgen in stand omdat de weigering van de vergunning inhoudelijk terecht is. Het verzoek van eiser tot vergoeding van parkeerkosten, boetes en tijdverlies wordt afgewezen, maar hij krijgt wel vergoeding van griffierecht en reiskosten.
De uitspraak benadrukt dat de hardheidsclausule slechts in uitzonderlijke gevallen toepassing vindt en dat eiser onvoldoende medische onderbouwing heeft geleverd voor een uitzondering. De handhaving van parkeerregels valt buiten het bestreden besluit en wordt niet beoordeeld.
Tot slot wordt gewezen op de mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens motiveringsgebrek, maar de weigering van de tweede parkeervergunning blijft in stand.