ECLI:NL:RBMNE:2022:3356
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging last onder dwangsom wegens onevenredigheid handhaving tuinhuis op legakker
Eisers zijn sinds juni 2018 eigenaar van een perceel met een tuinhuis dat zij kort na aankoop hebben aangepast. De gemeente heeft handhavend opgetreden tegen de uitbouw van het tuinhuis, omdat deze in strijd is met de beheersverordening die bouwen op legakkers verbiedt. Eisers voerden aan dat handhaving onevenredig is, mede omdat het nieuwe bestemmingsplan mogelijk beperkte bebouwing toestaat en het tuinhuis deels al bestond vóór het handhavingsmoment.
De rechtbank oordeelt dat het handhavingsbeleid van de gemeente zich richt op bouwsels die na 22 april 2018 zijn gebouwd, de datum van een luchtfoto. De aanpassingen aan het tuinhuis zijn geen geheel nieuw bouwwerk, maar een vergroting en onderhoud. Het opleggen van een last onder dwangsom die volledige verwijdering eist is daarom onevenredig en niet in lijn met het gemeentelijk beleid.
Verder is het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd en is er geen concreet zicht op legalisering omdat het ontwerpbestemmingsplan nog niet ter inzage is gelegd. De rechtbank vernietigt het besluit, herroept de last onder dwangsom en veroordeelt de gemeente tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers.
Uitkomst: De last onder dwangsom wordt herroepen wegens onevenredigheid en onvoldoende motivering; eisers hoeven het tuinhuis niet te verwijderen.