Eiseres diende op 25 maart 2022 een verzoek om herbeoordeling in bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, dat dit verzoek niet tijdig heeft behandeld. Na het uitblijven van een beslissing stelde eiseres het bestuursorgaan op 23 mei 2022 in gebreke en stelde vervolgens beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn van acht weken is overschreden en dat eiseres de ingebrekestelling correct heeft verzonden. Het beroep wordt daarom gegrond verklaard. De rechtbank legt een dwangsom op van maximaal €1.442,- voor de periode van overschrijding tot aan de uitspraak en bepaalt dat verweerder binnen vier weken na verzending van het vonnis alsnog een besluit moet nemen.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de beslistermijn na deze termijn nog wordt overschreden, met een maximum van €15.000,-. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot betaling van het griffierecht en een proceskostenvergoeding van €379,50 aan eiseres wegens het inschakelen van professionele juridische hulp.
De uitspraak benadrukt het belang van tijdige besluitvorming door bestuursorganen en de rechtsbescherming van betrokkenen bij niet tijdig beslissen.