ECLI:NL:RBMNE:2022:338
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op Wob-verzoek met oplegging dwangsom
Eiser diende op 1 juli 2021 een verzoek in op grond van de Wet openbaarheid bestuur (Wob). Verweerder, de minister van Infrastructuur en Waterstaat, had conform de wet binnen vier weken moeten beslissen, met een verlenging tot uiterlijk 24 september 2021 na overleg met eiser. Deze termijn werd echter overschreden zonder dat verweerder een besluit nam.
Eiser stelde verweerder bij brief van 25 september 2021 in gebreke en wachtte twee weken. Omdat verweerder nog steeds niet had beslist, vorderde eiser bij de rechtbank een uitspraak. De rechtbank oordeelde dat verweerder alsnog binnen twee weken na de uitspraak een besluit moet nemen.
Daarnaast legde de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat de beslissing uitblijft, met een maximum van €15.000. Het beroep werd kennelijk gegrond verklaard en verweerder werd verplicht het betaalde griffierecht van €181 aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twee weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom.